Columns

Column: Alsof ik kijk naar een scène uit CSI

Zeven knallen. Op een doodgewone maandagmiddag. Zeven luide knallen voor de deur. Bij de eerste schrik ik op. Bij de tweede denk ik: zijn dit schoten? Bij de derde kijk ik uit het raam, de straat op. Bij de vierde sla ik verschrikt een kreet. Bij de vijfde zie ik iemand ineen zakken. Bij de zesde vangt mijn blik het wapen, zilvergrijs. Vastgehouden door een arm gestoken in een zwarte hoodie. Bij de zevende knal overzie ik het tafereel. Een jongen, languit op straat. Doodgeschoten op klaarlichte dag. Een toeschouwer loopt op hem af, aan zijn oor een telefoon geklemd met daarop ongetwijfeld 911. Terwijl het drukke verkeer door raast alsof er niks aan de hand is, gaat daar, in snelwandelpas, de dader. Een capuchon over zijn hoofd getrokken. Zijn lange benen maken een huppeltje voor hij uit beeld verdwijnt. Dus zo ziet het eruit als er voor je neus een moord wordt gepleegd.

Als de middag vordert verandert de straat in een live scène uit Crime Scene Investigation. Agenten hebben de straat afgezet met gele linten. Overal staan politiewagens, de blauwe gloed van zwaailichten dringt onze huiskamer binnen. Aan de overkant, recht voor ons appartement, ligt vlak naast een boom het lichaam van de 20-jarige Randall Francis. Twee detectives komen aangesneld, een man en vrouw. Buigen zich over het lichaam. Zetten kleine gele bordjes op de plekken waar ze kogelhulzen en andere aanwijzingen vinden.

Het uitzicht vanuit ons appartement was al vaker niet zo fraai. Ja, als je recht voor je uit kijkt wel, dan zie je vooral het groen van de boomtoppen. Maar kijk je naar beneden, dan zie je tussen gewone passanten ook de achterkant van die beroemde, ronkende American Dream. Daklozen, verslaafden, dealers. Hangend voor de deur van een drankzaak. Vastgeklonken in een maatschappij die winnen vooropstelt en waar eigenlijk geen plek is voor de losers.

Kijk je op de kaart dan verwacht je wat anders van deze buurt – opkomend en trendy volgens de makelaar – zo’n beetje gelegen in de achtertuin van het Capitool, de regeringszetel in Washington DC. We hadden dan ook geen idee dat we onze betrekking namen in een straat die de Washington Post gedurende het jaar omdoopte tot ‘murder block’. Hier in DC werken degenen aan wie de luide oproepen zijn gericht om wat te veranderen aan de wapenwetgeving, maar die vooralsnog vasthouden aan het Second Amendment, die minstens zovelen in dit land omarmen wegens het recht om jezelf te verdedigen.

Wapens en geweld. Heb je een wapen nodig om geweld te bestrijden of bestrijd je geweld door wapens te verbieden? Het is als kip en ei. Wat was er eerst?

Een paar weken later, net na Oud en Nieuw, klinkt vlakbij weer een serie knallen. Deze keer loop ik op straat. Vuurwerk? Denk ik eerst. Maar dat is hier verboden, dát wel, in DC althans. Voor de deur van een portiek kijkt een jonge moeder verschrikt op, trekt snel haar kinderwagen naar binnen. Ik hoor nog geen sirenes, hoop dat het allemaal mee zal vallen, maar zet er toch maar de pas in.

Op de terugweg blijkt het helemaal niet mee te vallen. De straat is afgezet. Een vuurgevecht tussen drie jonge mannen. Eén dode. Voor ons is het de druppel. Het is de vijfde schietpartij in een jaar tijd die wij meemaken. Wij verhuizen naar een andere buurt. Weg van deze ellende. En het wrange is, dat je in dezelfde stad een heel ander gevoel kunt hebben. Geen weet hoeft te hebben van wat zich hemelsbreed tien kilometer verderop afspeelt. Maar ik denk nog weleens terug aan Benning Road en de mensen die niet de mogelijkheid hebben te vertrekken wanneer het niet leuk meer is.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.