Columns

Column: Fietsen in Amerika. Door schade en schande ben ik wijs geworden

Ik ben een van de weinige die hier in Washington de fiets gebruikt om naar het werk of de supermarkt te gaan. Je ziet ze wel, fietsers, maar dan zijn het meestal superfanatieke types op de nieuwste sportmodellen met de hipste strakke wieleroutfit, woest hangend in de pedalen. Af en toe zit er wel een tussen die z’n fietstocht niet beschouwt als een work-out, maar dan zijn het vaak weer gevaarlijke gekken. Liefst in het donker zonder licht, aan de verkeerde kant van de weg, in tegengestelde richting. Laatst werd er zo eentje voor m’n neus zowat van z’n sokken gereden.

De auto is nou eenmaal het favoriete vervoermiddel van de Amerikaan. Alles is er dan ook op ingericht. Wegen zijn breed, parkeerplekken in overvloed en een stoep ontbreekt vaak volledig. Auto’s zijn hier relatief goedkoop, de benzineprijs laag (een volle tank kost zo’n $30) en van wegenbelasting hebben ze nog nooit gehoord. Tja, waarom zou je dan gaan fietsen? Nou, omdat het een makkelijke manier is om ergens te komen en je hebt meteen wat beweging gehad, hoor ik je denken. Die gedachte begint hier langzaam een beetje door te dringen. Waarschijnlijk ook gevoed door het idee dat al die uitstoot niet per se goed is voor het milieu.

Daar ging ik dan, gewoon hup rechtdoor, hier en daar een stukje stoep meepakkend.

In DC doen ze een poging door enkele fietspaden aan te leggen. Toen ik hier net woonde en de weg niet zo goed kende, raadpleegde ik Google maps voor de handigste route. Daar zat vaak geen logica in. Een flinke omweg hoog bovenlangs, of eerst een eind naar het oosten terwijl ik in het westen moest zijn. ‘Ja doei,’ dacht ik dan. ‘Ik ga mooi geen 30 minuten omrijden voor een afstandje van een kwartier.’

Door schade en schande ben ik wijs geworden. Want daar ging ik dan, gewoon hup rechtdoor, hier en daar een stukje stoep meepakkend. En kijk daar, een prachtig stuk fietspad, zie je wel dat dit ook gaat? Maar dat prachtige stukje hield dan plots op, terwijl er links en rechts rijbanen bijkwamen, de snelheid om mee heen werd opgevoerd en ik met het hart in m’n keel op m’n fietsje in een snelwegparadijs terecht was gekomen. Precies waar Google voor probeerde te waken.

Je betaalt hier weliswaar geen wegenbelasting, maar daar betaal je dus toch een prijs voor

Nog zo’n instinker: de heuveligheid van de stad. Capitol Hill, het regeringscentrum van het land, is een gemene kuitenbijter. Zo is het ook met andere wijken in de stad. En dat zie je dus niet als je je route op een plattegrondje bekijkt.

Had ik de beroerde staat van het wegennet al genoemd? De gaten en kuilen, ribbels en gleuven. Want je betaalt weliswaar geen wegenbelasting, maar daar betaal je dus toch een prijs voor. In Nederland hoefde ik nooit zo vaak naar de fietsenmaker.

Amerikanen weten ook gewoon niet zo goed wat ze met jou als fietser aan moeten. Ze zijn het niet gewend, dus zwiepen ze zonder te kijken het portier open, klappen de auto voor je neus op het fietspad om iemand af te zetten, of scheren vreselijk dicht langs je.

Maar af en toe kom je een liefhebber tegen. Toen we onlangs op de fiets thuiskwamen en het laatste stukje over de stoep reden, werden we aangehouden door een agent. Fietsen op de stoep mag hier (behalve downtown); dat was dan ook niet wat hij kwijt wilde. “Is that a real ven moef?” vroeg hij bewonderend over de fiets van mijn man. “Can I touch it?” Terwijl hij voorzichtig het stuur in handen nam en zijn blik over het witte frame liet glijden, vertelde hij dat hij zelf ook op zoek was naar een Van Moof, maar dan wel een elektrische. Kijk, als ‘ie er maar niet te moe van wordt, dan wil de Amerikaan uiteindelijk wel aan de fiets.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.