Lifestyle

New Orleans: Jazz, bourbon en southern comfort food

‘Non alcoholic water. Just one dollar!,’ horen we een straatventer roepen als we de tram uitstappen op de met palmbomen bezaaide Canal Street. Dit is New Orleans, waar je van ’s ochtends vroeg tot diep in de nacht kunt dansen op live jazzmuziek in de zinderend hete straten van de French Quarter. Waar je een hurricane of hand grenade bestelt als je zin hebt in een cocktail. Waar de bourbon rijkelijk vloeit, en waar het water dus gelukkig nog wel alcoholvrij is. 

Jackson Square in de French Quarter

Knusse smalle straten met afwisselend kroegjes,  restaurants en kunstgalerijen definiëren de French  Quarter, het hart van de stad langs de Mississippi  rivier. New Orleans (de locals spreken het uit als NÒWOrlens, maar korten het ook vaak af tot Nola) lijkt de schade en schande van Katrina – de orkaan die de stad in 2006 trof en die diepe sporen achterliet – eindelijk te boven. ‘Het goede is gebleven en het kwade is gegaan,’ zegt onze Uber chauffeur, die er opgroeide. Ooit woonden er een miljoen mensen, tegenwoordig nog zo’n 300.000. Aan sfeer heeft de stad niet ingeboet; het is er altijd gezellig druk.

 

Barbara met links de bassist en rechts de pianist van de Preservation Hall Jazz Band

Vijf oude knarren en een jonge vent bespelen de instrumenten én het publiek in jazzwalhalla Preservation Hall. Ondanks de gemiddelde hoogbejaarde leeftijd van de bandleden spelen de heren alsof het een lieve lust is. Het is zondagavond negen uur en ze hebben er al drie shows opzitten, na ons mogen ze nog een keer. We zitten op een van de schaarse houten bankjes; een zelf meegebracht koud biertje in de hand. Deze iconische plek heeft qua sfeer nog het meest weg van een bruine kroeg en we kunnen de bandleden aanraken, zo klein is het. De trombonespeler heeft daar de meeste lol in. Als hij zijn instrument maximaal uitschuift, toetert hij recht in het oor van de jongen voor hem. Iedereen klapt, tipt en schudt mee op het ritme van de muziek. Na afloop hebben we de smaak te pakken en doen nog een afzakkertje in een kroeg om de hoek op de beruchte Bourbon Street. Ook hier speelt een jazz band en swingt het publiek vrolijk mee.

 

Een dag eerder liepen we door het Garden District, langs grote huizen met veranda’s en tuinen vol bananenplanten, varens en palmbomen en zagen we New Orleans van een heel andere, vredige kant. In Magazine Street komen we langs trendy boetiekjes en eten we een po’boy bij Mahony’s. Nola is beroemd om de Creoolse keuken en je kan er ontzettend lekker eten. Gumbo, jambalaya, en bread pudding met een scheutje bourbon toe, proefden we de avond ervoor al bij de Gumbo Shop (wel een half uur in de rij wachten op een tafel).

 

Ook beroemd zijn de beignets, van een soort oliebollendeeg, rijkelijk bestrooid met poedersuiker.

Om overdag wat verkoeling te zoeken – het is ruim 30 graden in juni – en meer over de stad te leren bezoeken we The Historic New Orleans Collections, een museum en onderzoekscentrum op meerdere plekken in de stad. De collectie in het pand op 520 Royal Street verhaalt over de oorsprong van de French Quarter. De video wall, waarbij je in een ruimte van zo’n 15M2 op alle muren projecties ziet, maakt de meeste indruk op ons. Maar er is ook interessante moderne kunst van lokale artiesten. Allemaal gratis toegankelijk.

 

Met de streetcar kun je gemakkelijk verschillende buurten van New Orleans bezoeken

Naar New Orleans kom je om het leven te vieren. Dus trekt de stad naast echte jazzliefhebbers en foodies ook veel feestgangers aan. Sommigen drinken zich laveloos. De geur in de straten is hier en daar niet te harden, maar even verderop is het weer lieflijk en leuk. En wat blijft zijn die jazz tunes. Als we tegen twaalven de streetcar bij onze AirBNB uit stappen, steekt er een eenzame muzikant over, spelend op zijn saxofoon. Zijn melodramatische tonen gaan op in de nacht, en wij weten zeker dat we nog eens terugkomen.

 

Een straatje in de wijk Tremé

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.